LEES OVER HET SYMPOSIUM METAMORFOSE OP ZONDAG 22 NOVEMBER 2026
Kan de mens werkelijk veranderen? Niet alleen in zijn gedrag, gedachten en gevoelens, maar tot in de diepste kern van zijn wezen? In het boek De komende nieuwe mens beschrijft J. van Rijckenborgh een ingrijpend proces van innerlijke vernieuwing. Die uitgave is gebaseerd op toespraken die de auteur in destijds voor zijn leerlingen heeft gehouden op het conferentiecentrum Renova in Bilthoven. Hij propageert niet zozeer verbetering van de bestaande persoonlijkheid, maar een fundamentele verandering, een metamorfose: de geboorte van een geheel nieuwe mens, die leeft vanuit de onsterfelijke ziel en verbonden is met de goddelijke geest.
Het boek verscheen voor het eerst in 1953, in een tijd waarin de wereld zich herstelde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl velen hoopten op maatschappelijke vooruitgang en een vreedzamere wereld, wees J. van Rijckenborgh (1896-1968), de grondlegger van het Gouden Rozenkruis, op een andere mogelijkheid: de geestelijke wedergeboorte van de mens. Zijn uitgangspunt is dat blijvende vernieuwing niet kan voortkomen uit de krachten die het huidige menselijke bestaan bepalen.
Zelfkennis als begin van de metamorfose
Het eerste deel van het boek draagt de titel Zelfkennis als voorwaarde voor nieuwe menswording. Volgens Van Rijckenborgh leeft de gewone mens in een wereld van voortdurende tegenstellingen: leven en dood, vreugde en verdriet, opbouw en afbraak. Deze wereld noemt hij de dialectische natuur. Ook de menselijke persoonlijkheid maakt daarvan deel uit.
Toch draagt ieder mens een mogelijkheid tot bevrijding in zich. In het hart bevindt zich volgens de wijsbegeerte van het Rozenkruis het geestvonkatoom, een goddelijke kern die herinnert aan de oorspronkelijke bestemming van de mens. Wanneer deze geestvonk wordt aangeraakt door het universele Christuslicht, kan een proces van ontwaken beginnen.
Daarbij is zelfkennis onmisbaar. De mens moet ontdekken hoezeer zijn denken, voelen en willen worden beheerst door het eigen ik. Niet om zichzelf te veroordelen, maar om ruimte te scheppen voor een wezenlijk andere levensoriëntatie.
Het zevenvoudige pad van vernieuwing
In het tweede deel, Het zevenvoudige pad van nieuwe menswording, beschrijft Van Rijckenborgh hoe de geestelijke metamorfose gestalte kan krijgen. Hij baseert zich daarbij op de tweede brief van Petrus, waarin een ontwikkelingsweg wordt aangeduid die voert van geloof via deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godsvrucht en naastenliefde naar de liefde.
Deze eigenschappen zijn voor hem geen gewone morele deugden die door wilskracht kunnen worden aangekweekt. Zij moeten voortkomen uit een nieuwe geestelijke werkzaamheid in de mens. Het geloof betekent bijvoorbeeld niet het aanvaarden van een leerstelling, maar een levende verbinding met het goddelijke licht.
Vanuit die verbinding kan het oude, op zichzelf gerichte bewustzijn geleidelijk plaatsmaken voor een nieuw zielebewustzijn. Dit proces noemt Van Rijckenborgh transfiguratie: de omvorming van de sterfelijke natuurmens tot een geestelijk vernieuwd mens.
De gaven en vermogens van de nieuwe mens
Het derde deel beschrijft de gevolgen van deze transfiguratie. De nieuwe mens beschikt volgens de auteur over andere bewustzijnsmogelijkheden en vermogens, waaronder een vernieuwd inzicht, geestelijke onderscheiding en een bevrijdende werkzaamheid ten dienste van anderen.
Bijzonder is dat Van Rijckenborgh de metamorfose niet uitsluitend als een innerlijk of symbolisch gebeuren beschouwt. Hij beschrijft haar ook als een daadwerkelijke verandering van het gehele menselijke levensstelsel, de microkosmos. De nieuwe mens is daardoor, in bijbelse bewoordingen, wel in de wereld, maar niet meer van de wereld.
De komende nieuwe mens is een omvangrijk en veeleisend boek, waarin christelijke symboliek, gnostieke inzichten en de filosofie van het Gouden Rozenkruis samenkomen. Het nodigt de lezer uit verder te kijken dan persoonlijke ontwikkeling en uiterlijke vooruitgang. De centrale boodschap is even radicaal als hoopvol: een werkelijk nieuw leven ontstaat niet door het oude ik te vervolmaken, maar door ruimte te maken voor de geboorte van iets volkomen nieuws.
INHOUDSOPGAVE VAN DE KOMENDE NIEUWE MENS
Woord vooraf
Eerste deel: Zelfkennis als voorwaarde voor nieuwe menswording
1.1 De komende nieuwe mens: De Una Sancta – De Heer tegemoet in de lucht
1.2 Christus, de universele bron van licht en kracht: In de wereld, maar niet van de wereld – De ware geestelijke Zon – Het geestvonkatoom – Ultra-violet en infra-rood – Hora Est!
1.3 De zevenvoudige werking van de goddelijke zon: Ikverbreking door negatie – De zeven stralen van de goddelijke zon – Het wekken van het geestvonkatoom – De fase van het zoeken – Het wonderbare juweel – De mentale conceptie van de onsterfelijke mens
1.4 Het wezen van de menselijke gevangenschap: Gedachtenvormen en hun werkingen – De oerdrift van het bloed – Het begeertewezen, het bloeds-ik – Het lever-milt-systeem – De mentale conceptie van de onsterfelijke mens – Het uitdrijven van het bloeds-ik
1.5 Er is geen brug tussen natuurmens en geestmens: De drie natuurego’s – De schijn van de cultuur – De verontrusting- Het werk des Heren
1.6 Zwaartekracht en bevrijding: Het geloof in uw hart – Verlangen als elektromagnetisch vermogen – De microkosmos – De weg naar de poort van de mysteriën: stil zijn voor God – De twee elektromagnetische velden – Transfiguratie – Het nieuwe levensveld
1.7 De dwaasheid van het kruis: Het dwangbuis van de natuur – Het verzet tegen het transfigurisme – In goed gezelschap – Het Universele Koninkrijk – De kosmische zevenheid – De dialectische aarde – De natuurkrachten en de oertypen
1.8 God – oertype – mens: Het Koninkrijk Gods is binnenin u – De oertypen van de mensen – Het geestvonkatoom en het oertype – De huidige bestaanswerkelijkheid – Het herstel van de verbroken eenheid: God – oer- type – mens – De universele Broederschap Christi als middelaar – De Trooster – Het beeld van de onsterfelijke
1.9 De goddelijke alchemie en de mens: De fundamentele goddelijke alchemische formule van onze planeet – De oersubstantie; de universele materia magica – De grote adem – De oorspronkelijke ziel – Waterstofgas – Het stofgeboren zielebeginsel – Tweemaal geborenen – De wedergeboorte uit water en geest – De levende waterstofbom – Waterstof, zuurstof, stikstof, koolstof – Onze zevenvoudige moederplaneet – De vier heilige spijzen
1.10 Ken u zelf: Lucifer – De ik-ziel is slechts een natuurverschijnsel – De doelloosheid van de ik-mens en zijn wereld – De fundamentele eenheid van de mens met het Luciferische veld – De waan van het occultisme – De hel en het helse vuur – De dialectische hiërarchie – De waan van de natuurreligie – De noodlotsgang in Lucifer – De roep van de Geestesschool tot bezinning – Verlossing door evolutie een onmogelijkheid – Twee slangenvuurbeginselen – Christus en Lucifer – De Pinksteropdracht van de leerling – De herrijzenis van de morgenster – De geest en de bruid
1.11 De roos der zevenvoudige openbaring Gods: Het Rozenkruis – De concreetheid en realiteit van het grote doel – Het menselijke bestaansveld een afgesloten geheel – De vier dialectische spijzen – De vier heilige spijzen – De zee van de levende wateren – De twee atmosferische velden – De Christusroep tot terugkeer – Nieuwe tempelbouw – De eerste steenlegging – De leerling-tempelbouwer aan de arbeid – De ingang in het oorspronkelijke elektromagnetische veld
1.12 De onvermijdelijkheid van de kruisgang: De gestileerde roos – De kruisgang – Het kostbare juweel in de lotus – Het doel van de Geestesschool – De twee levensvelden – De roep van de universele Broederschap – De noodzaak van zelf- bevrijdende handeling – Het vernemen van de roep – Vals mysticisme – Het gevaar van de natuurreligie – Het gaan van het pad – Gelovigen, geroepenen, uitverkorenen
1.13 De opgang tot vrijheid: God kent al zijn kinderen bij name – De zondestaat van het ik- bewustzijn – Het Luciferische atoom en het Christus-atoom – De primaire noodzaak van de wedergeboorte van de ziel – De doop in de Jordaan – De drie fasen van de evangelische opgang tot vrijheid – Het bereikbare begin
1.14 Het levende evangelie der vrijheid: De scheidingslijn – De ondergang van het ik in Jezus de Heer – De omwandeling van Jezus – Het Evangelie geschreven in het hart – De evangelische kruisgang een vreugdegang – De laatste bladzijde van het Evangelie – De waarachtige Apostolische Kring – De zegebede vanuit de Derde Tempel – De alles vermogende genade – De gruwelijke parodie op het evangelie van de vrijheid
1.15 Kennis van de natuur des doods: De oorzaken van de menselijke gevallenheid – De voorbereiding tot de navolging Christi – De microkosmos als atoomzuil – De onmisbaarheid van de ondermenselijke natuurrijken – De tragiek van de pogingen tot zelfbescherming van de mens
1.16 De waan van de dialectiek: De algemene wereldtragiek – Bevrijdende zelfkennis – De moeheid van de zoekende ziel – Waanzin – De poging het Koninkrijk te imiteren – De bestendige gevangenschap van de mensheid – Judas en zijn noodlotsgang – De drievoudige signatuur van het verraad – Het fatale einde – Het grote gevaar op het pad
1.17 De twee gestalten in de microkosmos: Het drievoudig spooksel – Het einde van Judas – Drie grote belemmeringen voor het vinden van het pad – Het aurische wezen, het hogere zelf – Het lagere zelf – Lucifer, de vuurgod – Het uitspansel als lipika – De afhankelijke toestand van het aurische wezen – Het aurische wezen als natuurgod – De waan van het occultisme – De latente geestelijke zon – De verzoeking in de woestijn
1.18 Hij moet wassen, ik moet minder worden: De macht van het hogere zelf – De invloed van het hogere zelf bij het aardse geboorteproces – Het huidige bestaan slechts een natuurproces – De fictie van de idee van voortbestaan en reïncarnatie – Het ongoddelijke bestaan van de mens, door zelfketening aan het hogere zelf – Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde – De algehele liquidatie van onze natuurstaat – Jezus Christus, de gans Andere – De weg van de volkomen verootmoediging – De terugkomst van het licht
Tweede deel: het zevenvoudige pad van nieuwe menswording
2.1 Geloof, deugd, kennis: De gevaren van het pogen op het horizontale vlak – De sleutel tot het pad: het geloof – Het ware geloofsbezit – Deugd – Kennis – De toorts van de pinealis
2.2 Zelfbeheersing (I): De zelfbeheersing van de dialectische mens – De gevolgen van de verdrongen natuurdriften – Het inferno van de generzijdse grensgebieden – Het ontstaan van de ‘hogere spiegelsfeergebieden’ – Het Efeziërschap – De gemeenschappelijke schuld van mens tot mens – De noodzaak van het pad van genezing
2.3 Zelfbeheersing (II): De twaalf krachten – De drie groeifasen van de dialectische mens – De ster van Bethlehem – Het zwaard in de ziel – De strijd van de twee naturen – De ware zelfbeheersing
2.4 Volharding: De volharding van de dialectische mens – Reinheid des harten – Shock – De noodzaak van de volhartigheid – Zonde
2.5 Godsvrucht (I): De godsvrucht van de dialectische mens – De werking van het suprême geneesmiddel – De lijfelijke verandering van de leerling – De vier heilige spijzen – Het tweede slangenvuur – Pingala en Ida, Ananias en Saffhira – De nieuwe bewustzijnszuil – De thymus – Een nieuw zenuwstelsel – De stad met de twaalf poorten
2.6 Godsvrucht (II): Handelingen 5 – De gemeenschap met de Christusradiaties – Een nieuw bewustzijn – Het vermoorden van de nieuwe magnetische straling – De jongelingen – De volstrekte eis tot ikdoding
2.7 Godsvrucht (III): Een nieuwe lichaamsgestalte – De ‘zelfmoord’ van de Katharen – Twee bewustzijnskernen – Het ledige graf – De Apostolische Kring
2.8 Naastenliefde: God geopenbaard in het vlees – De liefde van de dialectische mens – Humanisme – Gevangen in de Gnosis – In de wereld, maar niet meer ván de wereld – Vissers van mensen – Het geheim van de arbeid van de Geestesschool – 1 Korinthe 13
2-9 Liefde (I): De drie tempels – Het vissen van mensen – De drie heilige wetten van het apostolaat
2.10 Liefde (II): Het komende nieuwe leven – De komende nieuwe mens – Bevrijdend heilbegeren – De toegang tot het nieuwe rijk – De bouw van de nieuwe tempel – De verheerlijkte nieuwe persoonlijkheid
Derde deel: de gaven en vermogens van de nieuwe mens
3.1 De aurische wedergeboorte: Tot wie wij spreken – De bouw van de ark – De werkplaats van de bouwer – De dwaling van de tongenbewegingen – De liefde die zonden bedekt – De microkosmische revolte
3.2 Gevolgen van de aurische wedergeboorte: Gevolgen van de microkosmische revolte – Vergeef ons onze schulden – De eerste herscheppingsdag: nieuwe gaven en vermogens – Wat gezondmaking niet is
3.3 De gave der gezondmaking: Drie ambten, vijf taken, negen vermogens als accenten van nieuwe menswording – De gevaren van negatieve belangstelling – Wat gezondmaking is – De mateloze hulp tot verlossing – ‘Zoek eerst het Koninkrijk Gods….’ – Heiligmaking, een kruisgang tot gezondwording
3.4 De taken: vijf stromingen tot gezondmaking: De zevenvoudige Wereldbroederschap – De staat van de twee naturen – De gave der gezondmaking – De openbaarmaking van de zonen Gods – De genezingshulp van de vijf taken – Het badwater van Siloam – Het wekken van de roos – Een nieuwe schakel in de gouden keten
3.5 De vermogens (I): De begrensdheid van de gave van de genezing – Het vermogen van geloofsoverdracht – Het vermogen van wijsheid en beeldprojectie – Het vermogen van verstandelijke analyse en overdracht van inzicht en begrip – Het vermogen van de nieuwe wil – De gave der gezondmaking
3.6 De vermogens (II): De typeverandering – De aanvang van de gezondmaking – Ontvonking – Het vermogen tot onderscheiding van geesten
3.7 De dood verzwolgen in de overwinning: De boodschap van het einde – Geen bevrijding door evolutie – De twee naturen – De laatste bazuin Het vacuüm van Shamballa – Dood, waar is uw prikkel?! – De nacht zal spoedig voorbij zijn
3.8 Het nieuwe levensveld: Het kleed zonder naad – Het tehuis Sancti Spiritus voor de nieuwe oogst – Johannes en Jezus – Het medearbeiden aan het gebouw Gods – Bloedstorting
3.9 Het vermogen van profetie: De werkelijke dienaar des Woords – De ware profeet – De vermogens van de profeet – Het doel en de taak van de profeet – Bouwen op de hoeksteen: Christus
3.10 Het vermogen der tongen: De verstoring van de magnetische polen van het dialectische veld – Het openbaarworden van de kinderen Gods – Transfigurisme en deze wereld – De gang van de dingen vertraagd – Tongen – Nogmaals: het aurische wezen – Tongen van vuur – De wording van de nieuwe tongen
3.11 Het vermogen van de uitlegging van talen: Nieuwe tongen van vuur – De waan en gevaren van de tongenbeweging – Vraag de doden niet – Sensitiviteit – Het verkrijgen van de gaven der tongen – De groei van het nieuwe bewustzijn – De gave van de uitlegging van talen
BOEKEN VAN J. VAN RIJCKENBORGH