In de boeken van zenleraar Nico Tydeman staat steeds de vraag centraal hoe een mens volledig aanwezig kan zijn in het leven. Zijn werk is stevig geworteld in de zenboeddhistische traditie, maar reikt ook naar christelijke mystiek, filosofie, poëzie, kunst en ecologie. De vier boeken Zitten, de praktijk van zen, Koan, contemplatie op woorden en gebaren, Het temmen van de os en Het milieu, een mystiek lichaam laten samen zien hoe spirituele beoefening begint bij het lichaam en uiteindelijk kan uitmonden in een diepgevoelde verbondenheid met de gehele wereld.
In Zitten, de praktijk van zen begint Tydeman bij het fundament van zen: eenvoudigweg zitten. Dat klinkt gemakkelijk, maar wie enige tijd stilzit, ontdekt al snel hoe onrustig lichaam en geest kunnen zijn. Gedachten, herinneringen, verwachtingen, lichamelijke ongemakken en verveling dienen zich voortdurend aan. Zenmeditatie is volgens Tydeman geen techniek waarmee je onaangename ervaringen kunt uitschakelen. De beoefening vraagt juist om bij alles wat zich voordoet aanwezig te blijven, zonder het onmiddellijk te beoordelen of te willen veranderen.
Tydeman schrijft openhartig over onderwerpen als ademhaling, lichaamshouding, concentratie, pijn en innerlijke onrust. Daarbij put hij uit zijn ervaringen als leerling van onder anderen Karlfried Dürckheim en Richard Baker Roshi. Het boek maakt duidelijk dat zitten geen vlucht uit het dagelijks leven is. Door stil te worden, leer je de werkelijkheid directer tegemoet te treden.
Een volgende verdieping vinden we in Koan, contemplatie op woorden en gebaren. Een koan is een vraag, uitspraak, dialoog of handeling uit de zentraditie die niet met logisch redeneren kan worden opgelost. Een bekend voorbeeld is de vraag naar het geluid van één klappende hand. Zo’n raadsel is niet bedoeld als intellectueel spelletje. De beoefenaar moet zich er volledig aan toevertrouwen, totdat de gebruikelijke scheiding tussen degene die vraagt, de vraag zelf en het mogelijke antwoord begint te verdwijnen.
Tydeman bespreekt niet alleen de geschiedenis van de koantraditie in China en Japan, maar vooral de manier waarop koans in de praktijk functioneren. Zij kunnen vaste denkpatronen openbreken en ruimte scheppen voor een direct inzicht dat niet in begrippen is vast te leggen. Woorden en gebaren wijzen daarbij voorbij zichzelf.
In Het temmen van de os beschrijft Tydeman de spirituele weg aan de hand van tien klassieke afbeeldingen met bijbehorende gedichten. De os staat symbool voor de menselijke geest of de oorspronkelijke natuur. Aanvankelijk is het dier verdwenen en gaat de zoeker op zoek naar zijn sporen. Daarna ziet, vangt en temt hij de os. Uiteindelijk verdwijnen zowel de os als de zoeker uit beeld.
Daarmee eindigt de weg echter niet. In de laatste afbeelding keert de beoefenaar terug naar de markt, naar het gewone leven en de ontmoeting met andere mensen. Werkelijk inzicht leidt niet tot afzondering, maar tot een open en dienstbare levenshouding.
Deze beweging naar de wereld krijgt een brede uitwerking in Het milieu, een mystiek lichaam. Geïnspireerd door onder meer Broze aarde van Antjie Krog onderzoekt Tydeman hoe mystiek, kunst, wetenschap en ecologische betrokkenheid elkaar kunnen raken. Denkers, dichters en mystici als Franciscus van Assisi, Dante, Roemi en Etty Hillesum komen daarbij aan het woord.
De aarde is in dit boek niet slechts een omgeving waarvan de mens gebruikmaakt. Zij is een levend en mystiek lichaam waarvan wij zelf deel uitmaken. Zorg voor de natuur wordt daardoor geen verplichting van buitenaf, maar een vanzelfsprekend gevolg van verbondenheid. Zo voeren deze vier boeken van het meditatiekussen en de innerlijke stilte naar een aandachtige, liefdevolle omgang met alles wat leeft.
BOEKEN VAN NICO TYDEMAN