Simone Weil (1909-1943) behoort tot de meest intrigerende denkers van de twintigste eeuw. Zij was filosoof, lerares, activiste, mystica en verzetsvrouw, maar geen van die woorden vat haar helemaal samen. Frits de Lange noemt haar in In alles tot het uiterste een vrouw die in amper 34 jaar “meerdere levens tegelijk” leefde. Dat maakt haar moeilijk, soms ergerlijk, maar ook onweerstaanbaar fascinerend. Weil dacht niet op afstand over waarheid, lijden en rechtvaardigheid; zij wilde haar inzichten lichamelijk en praktisch waarmaken.
In Wachten op God ontmoeten we de spirituele Weil. Deze bundel bevat brieven en beschouwingen, onder meer over haar godservaringen, studeren, Gods liefde, ongeluk en vriendschap. Wachten betekent bij Weil niet nietsdoen. Het is een ingespannen openheid: de mens moet zijn eigen wil, haast en behoefte aan controle leren opschorten. Alleen zo kan hij ontvankelijk worden voor God, de ander en de werkelijkheid. Aandacht is bij haar daarom een vorm van gebed, maar ook een oefening in liefde.
Die gedachte wordt uitgewerkt in De zachte kracht van de aandacht van Govert Jan Bach en Wim van der Mark. De auteurs plaatsen Weil midden in onze tijd, waarin aandacht voortdurend wordt opgeëist door schermen, prikkels en belangen. Voor Weil is aandacht geen concentratietechniek, maar een ethische en spirituele houding. Werkelijke aandacht vraagt dat het ego een stap terugdoet. Pas dan kan de ander verschijnen zoals hij is. Daarom is aandacht voor Weil de kern van naastenliefde: niet oplossen, overheersen of invullen, maar werkelijk zien.
Frits de Lange laat in In alles tot het uiterste zien hoe consequent Weil hierin was. Zij was een hoogbegaafde intellectueel, maar koos ervoor in een fabriek te werken om het lot van arbeiders van binnenuit te leren kennen. Zij was pacifist, maar ging toch naar Spanje tijdens de burgeroorlog. Zij was Joods vluchteling en sloot zich in Londen aan bij het Franse verzet. De Lange benadrukt ook de paradoxen: Weil was scherp en teder, politiek en mystiek, radicaal solidair en tegelijk eenzaam. Juist die spanningen maken haar denken levend.
In Verworteling, haar laatste grote tekst, krijgt haar aandacht voor de mens een maatschappelijke vorm. Weil stelt niet rechten, maar verplichtingen centraal. Rechten worden pas werkelijk wanneer anderen zich verplicht weten ze te eerbiedigen. Mensen hebben niet alleen voedsel, veiligheid en vrijheid nodig, maar ook waarheid, verantwoordelijkheid, gemeenschap en verbinding met geschiedenis en cultuur. Ontworteling ontstaat wanneer mensen worden losgesneden van arbeid, plaats, traditie en betekenis.
Deze vier boeken tonen samen de kern van Simone Weil. Zij leert ons wachten zonder passiviteit, kijken zonder bezit te nemen, denken met het lichaam en samenleven vanuit verplichting. Haar werk is veeleisend, soms ongemakkelijk, maar precies daarom actueel. In een wereld van haast, polarisatie en ontworteling herinnert Weil ons eraan dat aandacht een zachte, maar revolutionaire kracht kan zijn.
BOEKEN VAN EN OVER SIMONE WEIL