Hymne aan de stof van Teilhard de Chardin in epiloog van 'Het milieu - een mystiek lichaam'

22
July

BESTEL HET MILIEU - EEN MYSTIEK LICHAAM

Nico Tydeman besluit zijn boek 'Het milieu - een mystiek lichaam' met een epiloog waarin hij de 'Hymne aan de stof' van Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) integraal heeft opgenomen. Deze sluit namelijk helemaal aan bij zijn eigen visie, waarin hij zen, mystiek, kunst en ecologisch bewustzijn verbindt met het inzicht dat God, kosmos en mens niet werkelijk van elkaar gescheiden zijn. Teilhard nodigt ons uit de stof niet te ontvluchten, maar haar te omarmen als weg naar eenheid, geest en liefde.

In Hymne aan de stof bezingt Pierre Teilhard de Chardin de materie niet als iets laags of levenloos, maar als een kracht waarin het goddelijke werkzaam is. Rots, zee, lichaam, arbeid, lijden en evolutie maken alle deel uit van één groot proces van wording. Juist de weerbarstigheid van de stof dwingt de mens om te groeien, zichzelf te overstijgen en steeds dieper door te dringen in het mysterie van het bestaan. Hieronder volgt de Nederlandse vertaling van de tekst.

Gezegend zijt gij, weerbarstige stof,

onvruchtbare grond, harde rots,

gij die slechts wijkt voor geweld

en ons dwingt te arbeiden indien wij willen eten.

Gezegend zijt gij, gevaarlijke stof,

onstuimige zee, ontembare hartstocht,

gij die ons verslindt indien wij u niet ketenen.

Gezegend zijt gij, machtige stof,

onweerstaanbare evolutie, 

steeds geboren wordende werkelijkheid, 

gij die ieder ogenblik onze begrenzingen doorbreekt 

en ons dwingt steeds verder de waarheid te achtervolgen.

Gezegend zijt gij, universele stof, 

duur zonder grenzen, 

ether zonder oevers, 

drievoudige afgrond van sterren, atomen en generaties, 

gij die onze enge maatstaven overspoelt 

en ontbindt en ons Gods afmetingen onthult.

Gezegend zijt gij, ondoordringbare stof, 

gij die, overal tussen onze zielen en de wereld er essenties gesteld, 

ons ernaar doet hunkeren 

de naadloze sluier der verschijnselen te doorboren.

Gezegend zijt gij, sterfelijke stof, 

gij die eenmaal in ons ontbonden zult worden 

en ons onder dwang zult binnenvoeren

in het hart van hetgeen bestaat.

Zonder u, stof, zonder uw aanvallen, 

zonder uw heftige ingrepen, 

zouden wij roerloos, onbewogen, onnozel leven, 

onwetend van onszelf en van God. 

Gij die kneust en gij die verbindt, 

gij die weerstaat en gij die toegeeft, 

gij die omverwerpt en gij die bouwt, 

gij die ketent en gij die bevrijdt – 

sap van onze zielen, 

hand van God, vlees van Christus, ik zegen u.

Ik zegen u, stof, en ik groet u, 

niet zoals de hogepriesters der wetenschap 

en de predikers der deugd u beschrijven, 

vernederd en verminkt 

– een samenraapsel, zeggen zij, 

van brute krachten of lage begeerten –, 

maar zoals ge mij heden verschijnt, 

in uw totaliteit en uw waarheid.

Ik groet u, onuitputtelijk vermogen tot bestaan en tot transformatie, 

waarin de uitverkoren substantie kiemt en groeit.

Ik groet u, universeel vermogen tot toenadering en eenheid, 

waardoor de menigte der monaden wordt bijeengehouden 

en waarin zij alle samenkomen op de weg naar de Geest.

Ik groet u, harmonieuze bron der zielen, 

helder kristal waaruit het nieuwe Jeruzalem wordt gevormd.

Ik groet u, goddelijk milieu, geladen met scheppende kracht, 

door de geest bewogen oceaan, 

door het vleesgeworden Woord geknede en bezielde klei.

Terwijl ze aan uw onweerstaanbare roep menen te gehoorzamen, 

storten mensen zich dikwijls uit liefde voor u 

in de buitenste afgrond der zelfzuchtige genietingen.

Een weerschijn misleidt hen, of een echo.

Dit zie ik nu in.

Om u te bereiken, stof, moeten wij, 

uitgaande van een universeel contact 

met alles wat op aarde leeft, 

van lieverlee de individuele vormen voelen wegsmelten 

van alles wat wij in handen houden, 

tot wij geconfronteerd worden met de ene essentie

van alle bestaanswijzen, van iedere eenheid.

Indien wij u willen bezitten, 

moeten wij u in smart sublimeren

na u verrukt in onze armen te hebben gesloten.

Uw heerschappij, stof, 

reikt tot die verheven hoogten 

waar heiligen u menen te ontwijken – 

vlees dat zo doorschijnend en beweeglijk is

dat wij het niet meer van geest kunnen onderscheiden.

Hef mij tot die hoogte op, stof, 

door inspanning, scheiding en dood – 

hef mij op tot daar waar het eindelijk mogelijk zal zijn

het heelal in een kuise omhelzing te omvatten!

BESTEL HET MILIEU - EEN MYSTIEK LICHAAM

NICO TYDEMAN BOEKEN




Terug naar overzicht