BESTEL HET ONSTERFELIJKE BEWUSTZIJN
Wat blijft er van ons over wanneer onze hersenen beschadigd raken? En eindigt ons bewustzijn wanneer ons lichaam sterft? In Het onsterfelijke bewustzijn – Neurowetenschappelijk bewijs voor het bestaan van de ziel onderzoeken neurochirurg Michael Egnor en wetenschapsjournalist Denyse O’Leary deze vragen. Hun inzet is duidelijk: aannemelijk maken dat de menselijke bewustzijn niet volledig tot hersenactiviteit kan worden herleid.
Egnor benadert het onderwerp vanuit zijn jarenlange ervaring als hersenchirurg. In de inleiding beschrijft hij een operatie waarbij hij een aanzienlijk gedeelte van de linker voorhoofdskwab van een patiënt verwijdert. De vrouw blijft ondertussen met hem praten. Voor hem roept dat een fundamentele vraag op: hoe verhouden het tastbare hersenweefsel en de innerlijke werkelijkheid van denken, verlangen en zelfbewustzijn zich tot elkaar? Zulke persoonlijke verhalen geven het boek een toegankelijke ingang. Achter de abstracte discussie staan mensen, met hun kwetsbaarheid en hun opmerkelijke vermogens.
Het begin van het boek vertelt ook over Egnors overgang van atheïsme naar het katholieke geloof. Een intense ervaring in een ziekenhuiskapel vormt het keerpunt. Die openhartigheid maakt meteen duidelijk vanuit welke overtuiging hij schrijft. Zijn zoektocht verbindt medische waarnemingen met levensvragen en met de filosofie van onder anderen Aristoteles en Thomas van Aquino. Het boek is daarmee zowel een betoog over bewustzijn als een persoonlijk geloofsgetuigenis.
De auteurs bespreken onder meer patiënten bij wie de verbinding tussen de hersenhelften is doorgesneden, mensen met ernstige hersenafwijkingen, bewustzijn bij comapatiënten en bijna-doodervaringen. Ook vrije wil en kunstmatige intelligentie komen aan bod. Steeds onderzoeken zij of gangbare verklaringen vanuit het brein voldoende recht doen aan de menselijke ervaring. Benjamin Scholl bespreekt in zijn uitvoerige recensie van de Engelse uitgave juist deze brede verzameling argumenten en de spanning tussen een materialistische en een dualistische mensvisie.
Een kracht van deze benadering is dat zij uitnodigt tot verwondering. Wat bedoelen we eigenlijk wanneer we ‘ik’ zeggen? Kunnen we liefde, moreel besef en abstract denken volledig beschrijven als lichamelijke processen? Gregory M. Westlake prijst in zijn recensie voor de Society for Psychical Research de toegankelijkheid en de bezieling van het boek. Hij waardeert vooral de verbinding tussen medische verhalen, spirituele ervaringen en de vraag naar onze diepste identiteit.
Tegelijk vraagt de stellige Nederlandse ondertitel om nuancering. Een opmerkelijke waarneming is nog geen sluitend bewijs voor een onsterfelijke ziel. Dat een verklaring tekortschiet, maakt een andere verklaring niet automatisch juist. De Engelse ondertitel, A Neurosurgeon’s Case for the Existence of the Soul, omschrijft het karakter van het boek voorzichtiger: een neurochirurg houdt een pleidooi.
Het onsterfelijke bewustzijn is vooral waardevol als prikkelende uitnodiging om ons mensbeeld te onderzoeken. Het biedt lezers met belangstelling voor wetenschap, filosofie en spiritualiteit volop stof tot nadenken. De overtuigingskracht zal afhangen van de vraag hoeveel gewicht men aan de aangevoerde ervaringen en redeneringen toekent.
INHOUDSOPGAVE
Inleiding − Neurowetenschap in een ziekenhuiskapel
- Het brein kan gesplitst zijn maar het bewustzijn niet
- Hoeveel brein heeft het bewustzijn nodig?
- Het brein kan niet zomaar worden uitgezet
- Als twee afzonderlijke geesten één lichaam delen
- Het menselijk bewustzijn voorbij de dood
- De sceptici aan het woord
- Onsterfelijkheid van de ziel is aannemelijk
- De vrije wil is een realiteit en hoort intrinsiek bij de ziel
- Modellen van de geest; welke past het best?
- De menselijke geest heeft geen geschiedenis
- Wat betekent dit alles? Neurowetenschap en filosofie raken elkaar
- En dit noemt men God
- Verandert AI alles? Echt alles?
Conclusie − De belangrijkste waarheid
Dankwoord
Noten
Over de auteurs