BESTEL ER IS GEEN LEDIGE RUIMTE VOOR € 3,00
De titel 'Er is geen ledige ruimte' verwijst naar een spreuk uit de graftempel van Christiaan Rozenkruis zoals beschreven in het eerste manifest van de klassieke rozenkruisers: Fama Fraternitatis. Deze woorden vormen het uitgangspunt voor een compact maar inhoudelijk rijk boekje van J. van Rijckenborgh, stichter van het Gouden Rozenkruis. Zijn centrale gedachte is dat het heelal geen lege, dode uitgestrektheid is, maar een levende eenheid waarin krachten, substanties en levensvelden voortdurend op elkaar inwerken.
De teksten zijn gebaseerd op conferentietoespraken die Van Rijckenborgh in 1958 hield in conferentieoord Renova. Daarin ontvouwt hij een groots beeld van de samenhang tussen kosmos, microkosmos en macrokosmos. Tegelijk plaatst hij de lezer voor een fundamentele keuze: die tussen de weg die gebonden blijft aan vergankelijkheid en de weg die naar een vernieuwd leven voert.
Het boek begint met een beschouwing over magnetische stromingen. De aarde wordt voorgesteld als een groot levend magnetisch veld met een instralende en een uitstralende werking. Zij ontvangt krachten, verwerkt deze en geeft ze opnieuw door. Ook de zon, de planeten en de mens maken deel uit van dit onderling verbonden geheel. De mens is in deze visie een microkosmos: een wereld in het klein, nauw afgestemd op het kosmische veld van de aarde en het macrokosmische zonneveld. Wat zich in de mens afspeelt, staat daarom nooit los van grotere ontwikkelingen.
Dat uitgangspunt geeft het boekje zowel zijn aantrekkingskracht als zijn ernst. Gedachten, verlangens en handelingen worden niet beschouwd als vrijblijvende privézaken. Ze dragen bij aan de kwaliteit van het gezamenlijke levensveld. De mensheid kan harmonie bevorderen, maar ook verstoring veroorzaken. Van Rijckenborgh schrijft hierover in krachtige, soms apocalyptische beelden. Begrippen als de mysteriemanen Lilith en Lulu, vliegende schotels en planetaire magnetische velden zullen niet iedere hedendaagse lezer onmiddellijk overtuigen. Ze kunnen echter ook symbolisch worden gelezen: als beelden voor de krachten die de mens door kwaad én door oppervlakkige goedheidswaan zelf oproept.
Het sterkste gedeelte is het hoofdstuk over de rozenkruisgang. Daar verschuift de aandacht van kosmische beschouwingen naar de concrete innerlijke houding van de zoeker. Van Rijckenborgh noemt groepseenheid, strijdloosheid, eenpuntige gerichtheid, harmonie en nieuwe dienstbaarheid als kenmerken van een werkelijk vernieuwende levenshouding. Juist daar blijkt dat het boek geen vrijblijvende kosmologie wil aanbieden, maar een oproep tot bewustwording en verandering. Ook de bespreking op Spirituele Teksten noemt dit hoofdstuk een sleutelpassage die de weg van kosmische samenhang naar innerlijke bevrijding zichtbaar maakt.
De tien korte hoofdstukken voeren de lezer van magnetische stromingen en de hemel-aarde via ontstoffelijking, het linker- en rechterpad en het verschil tussen occultisme en transfigurisme naar “de enige oplossing”. Die oplossing ligt volgens de auteur niet in technische vooruitgang, natuurreligie of verfijning van de bestaande persoonlijkheid, maar in een fundamentele omwending en de navolging van Christus op het pad van het Rozenkruis.